ECLI:NL:RBDHA:2022:7851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, is sinds 26 april 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten op 20 juli 2022.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel opnieuw, verwijzend naar eerdere uitspraken waarin de maatregel tot dan toe rechtmatig werd bevonden. Het geschil spitste zich toe op de vraag of er sinds het laatste oordeel nog wel redelijk vooruitzicht op uitzetting bestaat.
Eiser stelde dat hij op de Nigeriaanse ambassade is gepresenteerd, maar dat deze geen medewerking verleent vanwege onduidelijkheid over zijn identiteit en nationaliteit. De rechtbank oordeelde dat één presentatie onvoldoende is om het vooruitzicht op verwijdering als verdwenen te beschouwen, mede omdat eiser zelf onvoldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.