ECLI:NL:RBDHA:2022:7881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens status in Cyprus
Eiser, een Syrische nationaliteit, heeft in 2019 asiel gekregen in Cyprus en in 2022 opnieuw asiel aangevraagd in Nederland. De staatssecretaris verklaarde zijn aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser al internationale bescherming geniet in Cyprus en daarheen kan terugkeren.
Eiser betoogde dat hij geen band heeft met Cyprus en dat hij daar niet terecht kan zonder schending van zijn fundamentele rechten, met name verwijzend naar artikel 4 van Pro het Handvest en de beperkte gezinshereniging. De rechtbank oordeelt dat de erkenning als statushouder in Cyprus voldoende band vormt om terugkeer redelijk te achten.
De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij in Cyprus in een situatie van ernstige materiële deprivatie zal verkeren. Ook de beperkingen in gezinshereniging zijn volgens de rechtbank niet onverenigbaar met internationale verplichtingen en vormen geen acuut probleem.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.M. de Keuning en griffier J.C. de Grauw. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.