ECLI:NL:RBDHA:2022:789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oezbeekse relatieproblematiek wegens ongeloofwaardigheid en niet-onverwijlde melding
Eiser, een Oezbeekse man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na problemen met de familie van zijn partner, die hem zou hebben bedreigd en mishandeld vanwege hun relatie. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat het relaas van eiser onvoldoende met documenten was onderbouwd en als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar zijn identiteit en relatie met de partner geloofwaardig had gemaakt, maar dat de ernstige problemen die hij stelde niet overtuigend waren onderbouwd. Eiser had geen bewijsstukken overgelegd van de mishandelingen en gaf geen plausibele verklaring waarom hij geen contact kon opnemen met familie of politie in zijn land van herkomst.
Daarnaast werd gewezen op tegenstrijdigheden in het verhaal van eiser, onder meer over de reden van visumaanvraag en de melding van mishandelingen. Ook het feit dat eiser zich pas na een lange periode van onderduiken meldde voor asielaanvraag, werd hem tegengeworpen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en niet-onverwijlde melding.