ECLI:NL:RBDHA:2022:7900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf en arbeid zonder vergunning
Eiser, een Paraguayaanse onderdaan, werd door verweerder een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verbleef, onder meer omdat hij een opleiding volgde en zich binnen de vrije termijn van 90 dagen bevond. Tevens betwistte hij dat hij in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) arbeid had verricht.
De rechtbank overwoog dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij rechtmatig verbleef, noch dat hij binnen de vrije termijn van 90 dagen was. Het proces-verbaal van een politiebrigadier, op ambtseed opgemaakt, stelde vast dat eiser werkte in een Surinaamse winkel zonder dat de werkgever over een tewerkstellingsvergunning beschikte. Eiser bracht geen concrete aanwijzingen tegen deze vaststelling naar voren.
De rechtbank stelde dat het opleggen van het terugkeerbesluit niet afhankelijk is van een gevaar voor de openbare orde en dat verweerder het besluit voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.