Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:7928

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juli 2022
Publicatiedatum
3 augustus 2022
Zaaknummer
SGR 21/4205
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Verzoeker stelde beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over zijn arbeidsongeschiktheidspercentage. Na meerdere besluiten en bezwaarprocedures kwam het bestuursorgaan tegemoet aan verzoeker door het primaire besluit en het bestreden besluit in te trekken, waarna verzoeker het beroep introk.

Verzoeker verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten, waaronder kosten van rechtsbijstand. De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was ingetrokken vanwege tegemoetkoming van het bestuursorgaan, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat de kosten reeds in een samenhangende zaak waren toegewezen.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht door het bestuursorgaan vergoed moet worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/4205

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2022 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: F. Loogman),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: C. Schravesande).

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [B.V.] B.V. (de ex-werkgever) meegedeeld dat verzoeker per 15 februari 2020 een voorschot op zijn loonaanvullingsuitkering ingevolge de Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten krijgt omdat hij 45 tot 55% arbeidsongeschikt wordt geacht.
Bij besluit van 27 juli 2020 heeft verweerder het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard en meegedeeld dat verzoeker 100% arbeidsongeschikt wordt geacht per 15 februari 2020.
Bij besluit van 22 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft bezwaar van de ex-werkgever alsnog ongegrond verklaard en bepaald dat verzoeker 50% arbeidsongeschikt wordt geacht per 22 maart 2021.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft met het besluit van 9 mei 2022 nogmaals een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft het bezwaar van de ex-werkgever weer gegrond verklaard, in die zin dat het primaire besluit en het bestreden besluit worden ingetrokken en komen te vervallen. Verzoeker heeft namelijk per 15 november 2018 recht op een uitkering ingevolge de Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten. In het besluit is vermeld dat verweerder het griffierecht en de proceskosten zal vergoeden.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder bij brieven van 14 juni en 6 juli 2022 in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft niet gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. De rechtbank stelt vast dat verzoeker het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan hem is tegemoetgekomen, als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding het verzoek om een proceskostenveroordeling kennelijk gegrond te achten.
4. Verzoeker heeft in deze zaak verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten, bestaande uit de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank merkt deze zaak en een andere zaak van verzoeker met zaaknummer SGR 19/6482 aan als samenhangende zaken in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Bpb. Samenhangende zaken worden voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Bpb (kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand) beschouwd als één zaak. In de zaak met zaaknummer SGR 19/6482 heeft de rechtbank verweerder veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand en deze bepaald op een totaalbedrag van € 1.897,50. Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot een veroordeling in de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de onderhavige zaak worden afgewezen.
5. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.B. Wijnholt, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.