ECLI:NL:RBDHA:2022:7954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Italië in vreemdelingenzaak
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen feitelijke overdracht aan Italië en verzochten om een voorlopige voorziening ter voorkoming daarvan. De voorzieningenrechter heeft eerder geoordeeld dat de overdracht rechtmatig is, maar de overdracht heeft toen niet plaatsgevonden vanwege weigering van een PCR-test.
De overdracht is opnieuw gepland en verzoekers hebben wederom bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan vanwege de spoedeisendheid.
De rechter stelt vast dat de overdrachtsbesluiten van 6 mei 2019 rechtsgeldig zijn en dat verzoekers in eerdere procedures geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben aangevoerd die de rechtmatigheid van de overdracht kunnen aantasten. De huidige verzoeken bevatten geen nieuwe relevante gronden.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt dat de feitelijke overdracht aan Italië kan plaatsvinden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Italië wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten.