Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, UWV.
Procesverloop
Wat ging er aan deze procedure vooraf?
Wat vindt eiseres?
Waarover gaat deze zaak?
Wat vindt de rechtbank?
.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 18 mei 2020 uiteengezet waarom de conclusie van de verzekeringsarts over de belastbaarheid van eiseres in stand kan blijven. Zo heeft hij overwogen dat er geen nieuwe medische feiten bekend zijn geworden die extra beperkingen in de FML rechtvaardigen. De bij de huisarts opgevraagde stukken geven volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding om aanvullende beperkingen aan te nemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft te kennen gegeven dat bij het lichamelijk onderzoek niet een duidelijk gestoorde handfunctie te zien is. Op het röntgenonderzoek is wel CMC 1 artrose (duimbasis) aan beide handen aangetroffen, links veel meer dan rechts. Maar in de FML is al rekening gehouden met een verminderde belastbaarheid van de handen. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt in de FML dus ook in voldoende mate rekening gehouden met verminderde belastbaarheid als gevolg van een CMC 1 artrose van vooral de linkerhand.
.De rechtbank vindt dat de verzekeringsartsen voldoende hebben uitgelegd waarom niet meer of andere beperkingen hoeven te worden aangenomen. Als iemand het niet eens is met een oordeel van een verzekeringsarts, dan moet hij of zij dat onderbouwen met (andere) medische stukken. Eiseres is daartoe twee keer in de gelegenheid gesteld, namelijk bij brief van de rechtbank van 4 augustus 2021 en bij brief van het landelijk inloopteam bestuursrecht van 1 april 2022. Eiseres heeft daar geen gebruik van gemaakt en dus niet met nieuwe medische stukken aannemelijk gemaakt dat de aangenomen beperkingen onvoldoende zijn en dat voor haar een urenbeperking had moeten worden gesteld. Het feit dat de voorgaande verzekeringsartsen meer beperkingen hebben aangenomen is geen reden om te kunnen stellen dat de huidige verzekeringsartsen dezelfde beperkingen opnieuw moeten aannemen. De verzekeringsartsen behoren aan de hand van de medische situatie van eiseres op datum in geding te beoordelen wat de beperkingen zijn en zijn hierbij niet verplicht om de beperkingen van de voorgaande verzekeringsgeneeskundige onderzoeken over te nemen. Daarnaast heeft de verzekeringsarts voldoende gemotiveerd waarom zij, voor sommige items, minder vergaande beperkingen heeft aangenomen.
De conclusie van de rechtbank
Beslissing
.