ECLI:NL:RBDHA:2022:8034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetalingsverplichting initiële opleiding na ontslag op eigen verzoek
Eiseres was sinds september 2019 beroepspersoneel bij de landmacht en nam in februari 2021 op eigen verzoek ontslag. Verweerder legde haar een terugbetalingsverplichting op voor de initiële opleiding, vastgesteld op €10.543,64, welke eiseres betwistte vanwege vermeende willekeur en het niet toepassen van matigingsgronden uit de aanwijzing 02/2017 van de Marine.
De rechtbank overweegt dat verweerder een discretionaire bevoegdheid heeft bij het vaststellen van het terug te vorderen bedrag en dat toetsing terughoudend moet zijn. Verweerder heeft onder meer rekening gehouden met het beperkte inkomen van eiseres door militaire inkomsten niet mee te rekenen en heeft de matigingsgronden uit de marine-aanwijzing niet toegepast omdat deze niet passend zijn voor de landmacht.
Verder acht de rechtbank het niet onredelijk dat verweerder het ontslag op eigen verzoek en de persoonlijke motivatie van eiseres heeft betrokken bij de beoordeling, en dat haar persoonlijke omstandigheden geen aanleiding geven tot verdere matiging. Een afbetalingsregeling is mogelijk, maar het beroep wordt ongegrond verklaard, met behoud van de terugvordering en zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugbetalingsverplichting van €10.543,64.