ECLI:NL:RBDHA:2022:8048

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
11 augustus 2022
Zaaknummer
NL22.14199
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 EU-HandvestArt. 32 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van Dublin-overdracht naar Italië ondanks medische zorgbezwaren asielzoeker met diabetes

De asielzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De asielzoeker betwist deze verantwoordelijkheid niet, maar voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op Italië van toepassing is vanwege tekortkomingen in de medische zorg, mede door zijn diabetes mellitus type 2.

De rechtbank overweegt dat ondanks de algemene tekortkomingen in Italië, het vaste rechtspraak is dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Het aangevoerde AIDA-rapport uit 2021 bevestigt geen wezenlijk ander beeld dan eerdere landeninformatie. Hoewel formele registratie en toegang tot zorg enige tijd kunnen duren, is noodhulp en medisch noodzakelijke behandeling wel beschikbaar, zoals ook bij eiser is gebleken.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat de asielzoeker geen noodzakelijke medicatie kan verkrijgen of dat overdracht tot een situatie van onmenselijke behandeling leidt. De overdracht schendt daarom geen artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de Dublin-overdracht naar Italië wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14199
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 22 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.14200, op 5 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Kurdi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser betwist niet dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Eiser stelt dat ten aanzien van Italië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat overdracht aan Italië in strijd is met artikel 4 van Pro het EU-Handvest, [1] alsook artikel 3 van Pro het EVRM. [2] Eiser heeft aangevoerd dat hij lijdt aan Diabetes Mellitus Type 2 en dat hij daarvoor medicatie nodig heeft. Ter onderbouwing heeft hij zijn patiëntendossier overgelegd. Hij is van mening dat hij in Italië niet de nodige medische zorg zal kunnen krijgen omdat de formele registratie van Dublinterugkeerders voor een asielaanvraag lang kan duren en eiser in de tussentijd geen toegang heeft tot gezondheidszorg. Eiser verwijst daarbij naar het AIDA [3] Country report Update 2021 Italy, uitgebracht in mei 2022.
2. Hoewel de algemene situatie en leefomstandigheden van asielzoekers in Italië tekortkomingen kennen, is het vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [4] (de Afdeling) dat verweerder in zijn algemeenheid ten aanzien van Italië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De update van het door eiser aangehaalde AIDA-rapport, die betrekking heeft op het jaar 2021, schetst geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Italië voor Dublinterugkeerders dan de landeninformatie die de Afdeling bij haar uitspraak van 26 november 2021 [5] heeft betrokken. Uit het AIDA-rapport [6] blijkt dat het enkele maanden kan duren voordat Dublinterugkeerders formeel een asielaanvraag in kunnen dienen en dat aanspraak op de nationale gezondheidszorg ook pas vanaf de formele registratie mogelijk is. In de tussentijd kunnen betrokkenen echter aanspraak maken op noodhulp, medisch noodzakelijke behandelingen en preventieve zorg. Dat blijkt ook te zijn gebeurd bij eiser, toen hij in Italië verbleef: nadat hij was flauwgevallen, is hij in het ziekenhuis opgenomen en daar behandeld. Dit ondanks het feit dat hij in Italië geen asiel had aangevraagd, en dus niet geregistreerd stond als asielzoeker. Dat eiser de benodigde medicatie niet kan verkrijgen, is dan ook niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast kan verweerder op grond van artikel 32 van Pro de Dublinverordening [7] bij de overdracht de Italiaanse autoriteiten informatie verstrekken over de bijzondere, medische behoeften van eiser. Dat eiser bij overdracht mogelijk terecht zou komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie en dat daarmee de ondergrens, zoals bedoeld in het arrest Jawo, [8] zou zijn bereikt, acht de rechtbank niet aannemelijk. De overdracht is niet in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken op 5 augustus 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
2.Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
3.Asylum Information Database.
4.Zie de uitspraken van 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:986), 26 november 2021
6.Pagina 79, 143.
7.Verordening (EU) nr. 604/2013.
8.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.