Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
- de relatie met [naam 1] en de daaruit voortvloeiende problemen.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 30 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder wees deze aanvraag op 5 juli 2022 af als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiser niet aannemelijk maakte dat hij onder een uitzonderingscategorie valt.
Eiser voerde aan dat hij vreest voor problemen bij terugkeer naar Marokko vanwege conflicten met een persoon genaamd [naam 2], waaronder mishandeling en dreiging met wraak. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt, mede omdat hij geen aangifte deed en er geen aanwijzingen zijn dat de Marokkaanse autoriteiten onwelwillend zijn tegenover zijn verzoek om bescherming.
Daarnaast stelde eiser dat hem een vertrektermijn had moeten worden gegund en het inreisverbod achterwege gelaten. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was om het terugkeerbesluit zonder vertrektermijn te nemen en een inreisverbod op te leggen, omdat de aanvraag kennelijk ongegrond was en eiser geen individuele omstandigheden had aangevoerd om hiervan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met inreisverbod bevestigd.