ECLI:NL:RBDHA:2022:8127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige voor kortere duur toegewezen
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, ingediend door Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden. De gecertificeerde instelling betoogt dat de moeder nog niet in staat is om de veiligheid en opvoeding van het kind te waarborgen en dat hulpverlening nog niet het gewenste effect heeft gehad. Er wordt gewerkt aan een traject Voorkomen Uithuisplaatsing van Kind (VUHP) en een mogelijke netwerkplaatsing bij de tante wordt gescreend.
De moeder voert verweer en stelt dat zij inmiddels een eigen woning heeft en dat het kind zo snel mogelijk terug naar haar moet, mede vanwege de hechtingsrelatie. Zij betwist dat het niet nakomen van afspraken een gegronde reden is voor uithuisplaatsing en benadrukt dat de tante haar goed kan ondersteunen.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog aanwezig zijn, maar dat er op korte termijn moet worden toegewerkt naar terugplaatsing. Gezien de situatie van de moeder en het belang van het jonge kind wordt een termijn van twee maanden vastgesteld om hulpverlening te starten en doelen te stellen. Indien nodig kan het kind tijdelijk bij de tante worden geplaatst. De beslissing wordt genomen met het oog op zorgvuldigheid en veiligheid, en de moeder wordt aangespoord haar afspraken na te komen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd voor twee maanden in plaats van zes maanden.