ECLI:NL:RBDHA:2022:8171

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2022
Publicatiedatum
16 augustus 2022
Zaaknummer
NL21.11377
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 30c Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming zonder contact

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag buiten behandeling te stellen. Uit informatie van het COA en AVIM Limburg bleek dat eiser op 22 juni 2021 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht te bevestigen of er nog contact is met eiser, maar hierop is niet gereageerd.

De rechtbank stelt vast dat uit het beroepschrift niet blijkt waar eiser zich bevindt en of hij nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder kennisgeving vertrekt, geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Dit geldt tenzij hij laat weten nog contact te onderhouden met zijn gemachtigde.

Gezien deze omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.11377

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: H. Kip).

Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld. [1]
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Uit het voornemen en het bestreden besluit volgt dat uit de informatie van het COA [2] en ook uit informatie van AVIM [3] Limburg is gebleken dat eiser op 22 juni 2021 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 28 april 2022 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of de gemachtigde weet waar eiser verblijft en of er nog contact is met eiser. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat eisers gemachtigde kennis heeft kunnen nemen van de melding dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank stelt verder vast dat uit het beroepschrift niet blijkt waar eiser zich momenteel bevindt en of zijn gemachtigde contact met hem onderhoudt.
2. Indien een vreemdeling in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming is vertrokken, zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van uit worden gegaan dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog steeds contact onderhoudt met zijn gemachtigde. [4]
3. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van dit beroep.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
3.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.