ECLI:NL:RBDHA:2022:8210
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in Wob-procedure tegen UMC Utrecht
Verzoekster heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) documenten opgevraagd bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) over contracten met partijen die coronavaccins produceren of gerelateerde activiteiten verrichten. Verweerder heeft besloten deze documenten gedeeltelijk openbaar te maken, maar de feitelijke openbaarmaking uitgesteld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om opschorting van de openbaarmaking.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verwees de voorlopige voorziening door naar de rechtbank Den Haag. Verweerder heeft vervolgens de openbaarmaking opgeschort tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Hierop heeft verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en proceskosten gevorderd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder door de opschorting tegemoet is gekomen aan verzoekster en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €759,-. Tevens wordt het betaalde griffierecht terugbetaald. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten en het griffierecht wordt terugbetaald.