ECLI:NL:RBDHA:2022:8217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster, een persoon uit Nigeria, had een verblijfsvergunning onder de beperking 'studie' die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met ingang van 30 augustus 2020 is ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze intrekking en vroeg tevens om wijziging van de verblijfsbeperking naar verblijf bij familie of gezinslid. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de wijzigingsaanvraag afgewezen.
Tegen dit bestreden besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht zij tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep op dezelfde dag ongegrond werd verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer was.
Gezien het ontbreken van een lopende procedure verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, op 19 juli 2022 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard.