ECLI:NL:RBDHA:2022:8218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2022
Publicatiedatum
16 augustus 2022
Zaaknummer
AWB 22/2980
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster, afkomstig uit Nigeria, had een aanvraag ingediend tot wijziging van de beperking in verblijf bij familie- of gezinslid. Dit primaire besluit van 17 september 2021 werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 29 april 2022 ongegrond verklaard.

Tegen het bestreden besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb, en het feit dat het beroep inmiddels ongegrond was verklaard, er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer was.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman, in aanwezigheid van griffier R.W. Craanen, op 19 juli 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak reeds is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/2980

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2022 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit Nigeria, verzoekster

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. B.A.A. Adonai- Ohachu),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 september 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot wijziging van de beperking in verblijf bij familie- of gezinslid afgewezen.
Bij besluit van 29 april 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag [2] heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zaaknummer AWB 22/2979.