ECLI:NL:RBDHA:2022:8231

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 augustus 2022
Publicatiedatum
17 augustus 2022
Zaaknummer
NL22.4505
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag tot wijziging van verblijfsvergunning ongegrond te verklaren.

De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het verzoek ontvankelijk is, waarbij het niet betalen van het griffierecht centraal stond. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het griffierecht tijdig worden voldaan, anders wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

In deze zaak is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald, en de voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster in verzuim was. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.4505

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Aboukir),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij het besluit van 27 augustus 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier naar ‘arbeid in loondienst’ afgewezen.
Bij het besluit van 16 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt door de griffier van de indiener van het verzoekschrift een griffierecht geheven. Op grond van artikel 8:82, derde lid, en 8:41, zesde lid, van de Awb wordt, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het verzoek niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het verzoekschrift in verzuim is geweest.
2. Het griffierecht is niet binnen de daarvoor gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat verzoekster in verzuim is geweest. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.