ECLI:NL:RBDHA:2022:8232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring en zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 30 mei 2022 door verweerder is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder rechtmatig bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 8 juni 2022.
In dit vervolgberoep stond centraal of sinds die datum de maatregel nog rechtmatig was, waarbij eiser aanvoerde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was vanwege het uitblijven van een laissez-passer (LP) van de Libanese autoriteiten. Verweerder overlegde een voortgangsrapportage waaruit bleek dat meerdere rappelleringen waren gedaan en vertrekgesprekken hadden plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de Libanese autoriteiten geen LP zouden verstrekken en dat eiser zijn volledige medewerking verleende. De duur van de bewaring was nog binnen de zes maanden. Daarom was het beroep ongegrond en werd ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.