Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij haar Wajong-uitkering werd vastgesteld op €106,79 per maand. Het bezwaar van eiseres tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. Tijdens de procedure heeft eiseres aangevoerd dat zij geen loon had ontvangen, terwijl verweerder dit baseerde op loongegevens van de werkgever.
Verweerder bracht aanvullende stukken in waaruit bleek dat eiseres tot en met december 2020 wel degelijk loon had ontvangen. Ter zitting erkende de gemachtigde van eiseres dit en gaf aan dat de definitieve vaststelling van de uitkering inmiddels had plaatsgevonden, waarbij de hoogte van de uitkering was aangepast.
Gezien deze feiten en de erkenning van eiseres dat zij loon heeft ontvangen, zijn partijen het erover eens dat er geen procesbelang meer is bij het beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter C.T. Aalbers op 5 augustus 2022.