ECLI:NL:RBDHA:2022:834

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
8 februari 2022
Zaaknummer
20-7423
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 9 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in vreemdelingenzaak

Verzoeker, afkomstig uit Libanon, had een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen bij besluit van 12 juni 2020. Tegen dit primaire besluit werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 1 oktober 2020 ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro zonder zitting. Uit de overwegingen blijkt dat de rechtbank het beroep van verzoeker op dezelfde dag ongegrond heeft verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is.

Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat de wettelijke voorwaarden voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 31 januari 2022 door voorzieningenrechter M.M. Meijers.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/7423

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 januari 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit Libanon, verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER [1] afgewezen.
Bij besluit van 1 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag [3] heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Zaaknummer AWB 20/7422.