ECLI:NL:RBDHA:2022:8346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht wegens actuele en ernstige bedreiging van de samenleving door veelpleger
Eiser, van Poolse nationaliteit, is in Nederland meerdere malen veroordeeld voor lichte strafbare feiten en heeft onder meer een ISD-maatregel van twee jaar ondergaan. Na afloop van deze maatregel pleegde hij opnieuw strafbare feiten, zonder dat hij een positieve gedragsverandering kon aantonen.
Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst, omdat hij een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor fundamentele belangen van de samenleving. Eiser voerde aan dat hij geen voldoende ernstige bedreiging vormt en dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid.
De rechtbank oordeelde dat het aantal en de aard van de gepleegde strafbare feiten, ook na de ISD-maatregel, voldoende aanleiding geven om eiser als een ernstige bedreiging te beschouwen. Verweerder motiveerde dit adequaat, onder meer met verwijzing naar de maatschappelijke overlast en het feit dat een nieuwe ISD-maatregel niet voor de hand ligt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Roubos en griffier A. Lopar.
Uitkomst: Het beroep tegen beëindiging van het verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard vanwege de actuele en ernstige bedreiging die eiser vormt.