ECLI:NL:RBDHA:2022:8352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering op grond van Schengengrenscode niet onrechtmatig ondanks ontbreken inreisstempel en registratie in EES
Eisers, houders van de Britse nationaliteit, werden de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 14 van Pro de Schengengrenscode (SGC) vanwege het ontbreken van passende documentatie, onvoldoende bestaansmiddelen en een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Eisers stelden dat de toegangsweigering onrechtmatig was omdat er geen inreisstempel in hun paspoort was geplaatst en de weigering niet in een register was opgenomen.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en oordeelde dat registratie geen vereiste is voor de geldigheid van de toegangsweigering. Ook het ontbreken van een inreisstempel en het doorhalen daarvan is niet relevant voor de rechtsgeldigheid. Verweerder legde uit dat registratie wel plaatsvindt in het nationale Vreemdelingenbasissysteem (VBS), aangezien het EES-systeem nog niet operationeel is.
Daarnaast voerden eisers aan dat het formulier van de toegangsweigering niet overeenkomt met het standaardformulier in de SGC. De rechtbank stelde vast dat de inhoudelijk belangrijke gegevens wel overeenkomen en dat afwijkingen in opmaak geen onrechtmatigheid veroorzaken. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de toegangsweigering worden ongegrond verklaard en de weigering blijft van kracht.