ECLI:NL:RBDHA:2022:8385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Ex-werkneemster was sinds 1997 werkzaam bij eiseres en viel in 2013 wegens ziekte uit. In 2014 werd een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,64%. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2020 stelde de primaire verzekeringsarts beperkingen vast die leidden tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,64%, waarna verweerder besloot het recht op uitkering niet te wijzigen.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat ex-werkneemster minder dan 35% arbeidsongeschikt was, onderbouwd met een eigen deskundigenrapport. Diverse verzekeringsartsen kwamen tot verschillende conclusies over de beperkingen en het arbeidsongeschiktheidspercentage. De rechtbank paste het ICF-model toe voor objectiveerbaarheid en verwierp het biomedische model van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de beperkingen ten aanzien van toetsenbordwerk en andere fysieke beperkingen niet konden worden aangenomen omdat deze niet waren geconstateerd door de primaire verzekeringsarts en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage op 33,83% moest worden vastgesteld. Hierdoor is het recht op WIA-uitkering komen te vervallen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van de WIA-uitkering wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.