ECLI:NL:RBDHA:2022:8444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie zorg op grond van de Wet langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte aan permanent toezicht
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor indicatie zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat uit medisch onderzoek blijkt dat eiser geen blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De medisch adviseurs concludeerden dat de zorgbehoefte van eiser overwegend planbaar is en dat eiser in staat is om zelfstandig hulp in te roepen bij onvoorziene situaties.
Eiser betoogde dat zijn medische situatie niet zal verbeteren en dat escalatie voorkomen moet worden, maar de rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde medische stukken geen concrete aanwijzingen bevatten die het medisch advies tegenspreken. De rechtbank volgde de lijn dat het ontbreken van cognitieve problemen en het vooruitzicht op verbetering van psychische klachten de afwijzing rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte dat het niet gaat om de afwezigheid van zorgbehoefte in het algemeen, maar specifiek om de criteria van artikel 3.2.1 Wlz omtrent blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg. De afwijzing blijft daarom in stand. De rechtbank wees erop dat eiser mogelijk aanspraak kan maken op zorg uit andere wettelijke regelingen zoals de Zorgverzekeringswet of de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de Wlz-indicatie blijft gehandhaafd.