ECLI:NL:RBDHA:2022:8453
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij Participatiewet-uitkeringsweigering
Verzoeker heeft een aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet gedaan die door het college van burgemeester en wethouders van Leiden is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat er geen sprake is van een acute financiële noodsituatie. Uit de overgelegde bankafschriften en correspondentie blijkt dat de huur tot en met juni 2022 is voldaan en dat er geen huurachterstand van meer dan een maand bestaat. Ook is niet gebleken van een achterstand in betaling van de zorgverzekeringspremie.
Omdat er geen dreigende ontruiming of faillissement is en het geschil financieel van aard is, is het spoedeisend belang niet aanwezig. Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evidente onrechtmatigheid.