ECLI:NL:RBDHA:2022:8462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiser heeft op 20 oktober 2020 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden verstreek op 20 april 2021 zonder dat verweerder een besluit had genomen. Op 22 april 2021 stelde eiser verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens diende eiser op 11 mei 2021 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 7 juni 2021 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. De rechtbank oordeelt dat hierdoor het procesbelang van eiser is komen te vervallen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder stelde dat de ingebrekestelling niet geldig was vanwege een tijdelijke wet die dwangsommen opschortte, maar de rechtbank volgt de jurisprudentie van de Raad van State dat deze bepaling onverbindend is voor asielaanvragen.
De rechtbank bevestigt dat de ingebrekestelling van 22 april 2021 rechtsgevolg heeft en dat het beroep terecht is ingesteld. Daarom kent de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan eiser van €379,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na inwilliging van de asielaanvraag.