Verzoekers hebben herhaaldelijk bijstand aangevraagd na beëindiging van hun bijstandsuitkering in 2020, maar deze aanvragen werden telkens afgewezen. Bij de aanvraag van april 2022 vroeg het college aanvullende documenten, waaronder paspoorten, bewijs van huurbetaling en bankafschriften. Verzoekers leverden niet alle gevraagde stukken tijdig aan en verschenen niet op een tweede gesprek, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde.
Verzoekers stelden dat zij een identiteitskaart hadden en inmiddels nieuwe paspoorten, en dat hun zoon huur en boodschappen betaalde. Uit de bankafschriften bleek dat de zoon huur betaalde en verzoekers huurtoeslag ontvingen, maar ook dat verzoeker recentelijk casino bezocht en mogelijk onduidelijkheid bestond over inkomsten uit kapperswerkzaamheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college redelijk handelde door de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat verzoekers bijstandbehoevend zijn, mede door het ontbreken van administratie over inkomsten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.