ECLI:NL:RBDHA:2022:8485

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 juli 2022
Publicatiedatum
24 augustus 2022
Zaaknummer
SGR 21/4100
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgArt. 42 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgArt. 43 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgArt. 44 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgArt. 45 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering verklaring van vakbekwaamheid arts

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring van vakbekwaamheid als arts, welke door de minister van Medische Zorg is afgewezen. Eiser was ontevreden over de toetsafname bij de Radboud Universiteit en stelde dat de toets niet correct was verlopen.

De rechtbank oordeelt dat het aan eiser was om klachten over de toetsafname rechtstreeks bij de toetsafnemende organisatie, de Radboud Universiteit, in te dienen. Eiser heeft echter niet aangetoond dat hij hiervan gebruik heeft gemaakt, ondanks dat hij contact had met de universiteit. Hierdoor kon de minister geen ander besluit nemen dan de aanvraag afwijzen op basis van het betwiste toetsresultaat.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat eiser ook een civiele procedure had kunnen starten om zijn ongenoegen over de toetsing of klachtafhandeling te uiten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.

De uitspraak is mondeling gedaan op 27 juli 2022 door rechter G.P. Kleijn in aanwezigheid van griffier E.N.H.J. Schenk. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verklaring van vakbekwaamheid is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/4100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Verspaandonk),
en

de minister voor Medische Zorg, verweerder

(gemachtigde: mr. J.A. ter Schure).

Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2021(het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag voor een verklaring van vakbekwaamheid/erkenning beroepskwalificaties voor het beroep arts afgewezen.
Bij besluit van 25 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder blijft hiermee bij de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 27 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Ook aanwezig waren [A] , werkzaam bij het CIBG en C.H. Schenkelaars-van Ittersum, werkzaam bij het CBGV.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser heeft in het kader van zijn aanvraag voor een verklaring van vakbekwaamheid [1] een toets moeten afleggen bij de Radboud Universiteit (RU).
Over het resultaat van die toets is eiser niet tevreden. In deze procedure staat de vraag centraal of de toetsafname niet goed is verlopen en of dit verweerder is aan te rekenen. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het op de weg van eiser had gelegen om eventuele klachten over de toetsafname in te dienen bij de toetsafnemende organisatie: de RU. De RU heeft namelijk specifiek voor deze toets een klachtenprocedure. Niet is gebleken dat eiser deze mogelijkheid heeft benut, terwijl uit de stukken wel blijkt dat eiser in contact stond met de RU. Nu eiser niet heeft onderbouwd dat hij een klacht heeft ingediend bij de RU, heeft verweerder geen ander besluit kunnen nemen dan met in achtneming van het door eiser betwiste resultaat van de toets. Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiser een civiele procedure had kunnen starten om zijn eventuele ongenoegen over de wijze van de toetsing en/of klachtafhandeling te uiten.
3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2022 door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E.N.H.J. Schenk, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 45.