ECLI:NL:RBDHA:2022:8492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag verblijf bij partner wegens niet voldoen middelenvereiste en beleidstoepassing
Eiser heeft een mvv-aanvraag ingediend om bij zijn partner in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het middelenvereiste, aangezien de partner een WIA-uitkering ontvangt op grond van de regeling WGA, waarbij volgens het beleid geen blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangenomen.
Eiser betoogde dat het beleid onredelijk is en dat hij vrijstelling van het middelenvereiste zou moeten krijgen vanwege de medische situatie van de partner. De rechtbank oordeelde echter dat het beleid niet onredelijk is en dat het aan de partner is om bij het UWV bezwaar te maken tegen de medische beoordeling.
Verder stelde eiser dat verweerder had moeten afwijken van het beleid vanwege bijzondere omstandigheden, maar de rechtbank vond dat verweerder terecht geen aanleiding had gezien om hiervan af te wijken. Ook het beroep op het arrest Chakroun leidde niet tot een ander oordeel, omdat verweerder een concrete beoordeling had gemaakt.
Ten slotte voerde eiser aan dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank stelde dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat het algemeen belang zwaarder weegt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.