ECLI:NL:RBDHA:2022:855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19-pandemie
Eiseres, met de Dominicaanse nationaliteit, verzocht op 10 mei 2019 om een visum voor kort verblijf voor familiebezoek. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag bij besluit van 16 mei 2019 af wegens onvoldoende aantoonbare verblijfdoelen en middelen van bestaan. Bij bezwaar werd dit besluit op 24 maart 2020 gehandhaafd, nu vanwege de COVID-19-pandemie tijdelijke beperkingen gelden voor niet-essentiële reizen naar de EU.
Eiseres voerde aan dat de minister ten onrechte nieuwe gronden hanteerde en dat zij niet is gehoord. De rechtbank oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft en nieuwe weigeringsgronden mag hanteren binnen de heroverweging in bezwaar. De COVID-19-pandemie kwalificeert als epidemische ziekte en de getroffen maatregelen zijn gericht op bescherming van de volksgezondheid.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet als reiziger met een essentiële functie kan worden aangemerkt en dat het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd was. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum wordt ongegrond verklaard vanwege de COVID-19-pandemie en de daarmee samenhangende reisbeperkingen.