ECLI:NL:RBDHA:2022:8558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk wegens connexiteitsvereiste
Verzoekers hebben tegen twee afzonderlijke besluiten van 30 maart 2021, waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werden afgewezen, beroep ingesteld en verzochten om voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter toetst de ontvankelijkheid van deze verzoeken aan de hand van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank had op 27 november 2021 al uitspraak gedaan op het beroep in deze zaken. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals gesteld in artikel 8:81 Awb Pro, dat vereist dat er nog geen uitspraak op het beroep is gedaan om een voorlopige voorziening te kunnen treffen.
Gezien deze situatie verklaart de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaken worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het connexiteitsvereiste.