Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
[naam kind 1]en
[naam kind 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Oekraïense nationaliteit, verzocht asiel voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. Haar aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk een reëel risico loopt bij terugkeer.
Eiseres baseerde haar vrees op een familieconflict uit 2007 vanwege haar huwelijk met een Syrische man, maar zij verbleef sindsdien grotendeels buiten Oekraïne en ondervond tijdens recente bezoeken geen problemen. Ook zocht zij geen bescherming bij Oekraïense autoriteiten, wat volgens de rechtbank noodzakelijk is om haar vrees te onderbouwen.
De rechtbank benadrukte dat Oekraïne in algemene zin bescherming biedt tegen schendingen van artikel 3 EVRM Pro en dat eiseres niet heeft aangetoond dat dit in haar specifieke situatie anders is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.