Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster
[naam kind 1]en
[naam kind 2]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een Oekraïense vrouw, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar asielaanvraag in de algemene procedure is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting te Breda op 19 januari 2022, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Bij uitspraak van dezelfde dag in een verwante zaak (NL21.19881) heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waarop de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.