Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser,
[naam eiseres 2], eiseres 2, tezamen: eisers
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen Syrische nationaliteit, verzoeken om verblijf in Nederland bij hun zoon en broer die sinds 2020 een verblijfsvergunning asiel bezit. Hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) zijn bij besluit van 15 januari 2021 afgewezen en het bezwaar hiertegen is bij besluit van 20 april 2022 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2022 behandeld. Eisers voeren aan dat het besluit niet evenredig is en in strijd met artikel 3:4, tweede lid, Awb, onder meer omdat de economische omstandigheden van de referent hen niet te verwijten zijn en dat het gezinsleven door afstandscontact onvoldoende wordt gewaarborgd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken in een belangenafweging die een fair balance beoogt tussen het belang van het gezinsleven en het Nederlandse algemene belang bij een restrictief toelatingsbeleid. Verweerder heeft zwaar meegewogen dat de referent een bijstandsuitkering ontvangt en dat eisers mogelijk een beroep zullen doen op medische voorzieningen en de openbare kas.
De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging zorgvuldig en evenwichtig is gemaakt en dat het beroep onvoldoende onderbouwd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.