Uitspraak
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] , toevoeging nr. [toevoeging]
Verloop van de procedure
Bij rolbeslissing van 13 juli 2022 is het verzoek van gedaagde partij voor het nemen van een conclusie van antwoord afgewezen.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een vordering ingesteld tegen de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De procedure startte met een dagvaarding op 29 maart 2022. De Staat kreeg meerdere termijnen om een conclusie van antwoord te nemen, maar verscheen niet op de aangewezen zittingen en diende geen verweer in.
Ondanks een verzoek van de Staat om alsnog een conclusie van antwoord te mogen nemen, heeft de kantonrechter dit verzoek bij rolbeslissing van 13 juli 2022 afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de feiten zoals door eiser gesteld, geacht moeten worden juist te zijn, omdat de Staat geen verweer heeft gevoerd.
De vordering wordt daarom toegewezen en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een geldbedrag vermeerderd met wettelijke rente, alsmede tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt toegewezen en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 877,45 plus rente en proceskosten.