Op 5 augustus 2022 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake het verzoek tot machtiging van opname en verblijf van een veertienjarige minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De zaak werd behandeld met gesloten deuren, waarbij de minderjarige werd gehoord in aanwezigheid van haar advocaat. De moeder was verhinderd en de vader was niet verschenen.
De gecertificeerde instelling voerde aan dat de minderjarige zich onttrekt aan hulpverlening en gezag, met herhaaldelijk niet nakomen van afspraken in een open setting. Er zijn zorgen over haar veiligheid, middelengebruik, mogelijke criminele activiteiten en onveilige sociale contacten. De behandeling kan pas starten als de minderjarige stabiliseert in een beschermde omgeving.
De minderjarige verzet zich tegen opname in een gesloten setting en wenst behandeling in een open omgeving, met behoud van haar sociale contacten en school. De kinderrechter concludeert dat er sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die opname in een gesloten accommodatie noodzakelijk maken om haar veiligheid en stabilisatie te waarborgen.
De machtiging wordt verleend voor een periode van drie maanden, met een tussentijdse toetsing door de kinderrechter. De gecertificeerde instelling wordt verzocht tijdig een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper te overleggen voor eventuele verlenging. Het doel is om rust en stabiliteit te creëren zodat behandeling kan worden opgestart en een toekomstplan kan worden opgesteld.