ECLI:NL:RBDHA:2022:8689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse ex-slaaf wegens onvoldoende risico op vervolging
De eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man geboren in 1990, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van zijn verleden als slaaf en de risico's die hij loopt bij terugkeer naar Nigeria. Hij stelt tot een specifieke klasse te behoren en heeft onder meer aangevoerd dat hij als kind verkocht en als slaaf gehouden is, daarnaast beschuldigd werd van een misdrijf en gevangen heeft gezeten onder erbarmelijke omstandigheden.
Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat het niet geloofwaardig is dat eiser tot de genoemde klasse behoort en omdat het behoren tot die klasse niet automatisch leidt tot een risico op vervolging. Verder is overwogen dat het feit dat eiser in het verleden als slaaf heeft geleefd niet betekent dat hij opnieuw het risico loopt op slavernij, mede omdat de familie van de voormalige eigenaar inmiddels niet meer aanwezig is en eiser geen uiterlijke kenmerken vertoont die duiden op slavernij.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en gemotiveerd heeft waarom het beroep ongegrond wordt verklaard. Het beroep wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.