ECLI:NL:RBDHA:2022:8724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van bestuursdwang bij onvergunde kamerbewoning en kostenverhaal
Eiseres, eigenaar van een woning in Den Haag, betwistte de rechtmatigheid van bestuursdwang die werd toegepast door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Op 2 september 2020 werd bestuursdwang toegepast door het forceren van sloten van vier binnendeuren in een woning vanwege vermoedens van onvergunde kamerbewoning. Eiseres stelde dat de machtiging tot binnentreden ontbrak, dat de noodzaak ontbrak en dat de kosten ten onrechte aan haar werden opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de bestuursdwang rechtmatig was. De inspecteur had een geldige machtiging tot binnentreden, die aan de aanwezige persoon was getoond. Omdat eiseres niet de bewoner was, had zij geen belanghebbende positie bij de machtiging. De spoedeisendheid rechtvaardigde het forceren van de sloten zonder voorafgaande last. De kosten van €179,24 werden terecht aan eiseres als eigenaar van de woning toegerekend.
Verder werd geoordeeld dat de overschrijding van de beslistermijn op bezwaar niet tot vernietiging van het besluit leidde. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit en het kostenbesluit in stand blijven. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit en kostenbesluit blijven in stand.