Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is sinds 10 mei 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel vanaf het moment van het sluiten van het vorige onderzoek en constateerde dat het vervolgonderzoek niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn was gesloten, waardoor de voortzetting van de bewaring vanaf 19 augustus 2022 onrechtmatig werd.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de termijn niet gerechtvaardigd was door de aard of complexiteit van de zaak en dat dit aan de rechtbank zelf te wijten was. De inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden toonde aan dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld om terugkeer naar Tunesië te realiseren, terwijl eiser onvoldoende meewerkte, onder meer door het niet overleggen van identificerende documenten.
De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring en kent een schadevergoeding toe van €700 voor de onrechtmatige vrijheidsbeneming gedurende zeven dagen. Tevens worden de proceskosten ten laste van verweerder vastgesteld op €759. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €700 wordt toegekend.