Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2022 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
vier maanden. Nu op 16 augustus 2022 uitspraak wordt gedaan is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van één maand. Deze termijnoverschrijding is geheel toe te rekenen aan de bezwaarfase. Als uitgangspunt voor de hoogte van de schadevergoeding geldt een tarief van € 500 per halfjaar dat de redelijke termijn is overschreden. Het bezwaar en beroep in beide zaken is gezamenlijk behandeld. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van zaken die in hoofdzaak betrekking hebben op hetzelfde onderwerp. In beide zaken zijn de WOZ-waarde van de onroerende zaken en de aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing over het belastingjaar 2020 aan de orde. Voor die zaken zal de rechtbank dan ook gezamenlijk slechts eenmaal het tarief van € 500 per halfjaar hanteren. Aan eiser wordt daarom een schadevergoeding toegekend van € 500.
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer SGR 21/2915 ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 759;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49 aan eiser te vergoeden.
mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
16 augustus 2022.
de uitspraak te ondertekenen.