ECLI:NL:RBDHA:2022:885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang na inhoudelijke behandeling asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 april 2019. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en constateert dat eiser niet heeft gereageerd op de vraag of hij het beroep wenst in te trekken, waardoor wordt aangenomen dat het beroep wordt gehandhaafd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling. Dit volgt uit het feit dat verweerder de asielaanvraag inmiddels inhoudelijk heeft behandeld en ingewilligd. Daarnaast heeft verweerder erkend dat hij een bestuurlijke dwangsom verschuldigd was, waardoor ook op dat punt geen procesbelang meer bestaat.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een gerechtelijke dwangsom nu verweerder een besluit heeft genomen. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier M.Ch. Grazell.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €379,50.