ECLI:NL:RBDHA:2022:886
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening draagkrachtberekening studiefinanciering bij Europese Commissie inkomensgegevens
Eiseres, woonachtig in België en werkzaam bij de Europese Commissie in Luxemburg, maakte bezwaar tegen de draagkrachtberekening voor haar studieschuld waarbij de toeslagen volledig werden meegerekend. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had dit bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de toeslagen 'household allowances' en 'dependent child allowances' niet meegenomen mogen worden in de draagkrachtberekening, aangezien deze niet belastbaar zijn volgens internationale regelgeving.
De rechtbank baseert zich op de Wet studiefinanciering 2000 en de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen, evenals op Regulation No 260/68 van de Raad, waarin wordt bepaald dat bepaalde gezinstoeslagen niet belastbaar zijn. De 'expatriate allowances' daarentegen zijn wel belastbaar en dienen wel te worden meegenomen. Hierdoor wordt het toetsingsinkomen aangepast van €41.555 naar €33.852.
De rechtbank wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af vanwege onvoldoende gegevens over de eerdere vaststelling van het toetsingsinkomen. De beslissing op bezwaar wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder dient een nieuwe beslissing te nemen met een draagkrachtberekening van €33.852.