ECLI:NL:RBDHA:2022:8869

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 augustus 2022
Publicatiedatum
5 september 2022
Zaaknummer
NL22.9069
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening overdracht aan Duitse autoriteiten

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 12 mei 2022 waarbij hem is medegedeeld dat hij zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Duitsland op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening.

Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, maar is niet verschenen op de zitting van 18 augustus 2022 te Breda. De voorzieningenrechter heeft na behandeling van de zaak het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL22.9068) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig is.

Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitse autoriteiten is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.9069
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker v-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoeker medegedeeld dat hij zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Duitsland.1
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.9068, op
18 augustus 2022 op zitting behandeld in Breda. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL22.9068). Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningen- rechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening (Verordening (EU) nr. 604/2013).
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2022 door mr. R.A. Karsten- Badal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR22022129

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.