Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser 1] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 21 december 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij ten onrechte op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw was opgehouden in plaats van artikel 50a, omdat hij een Dublinclaimant zou zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder op het moment van ophouding nog niet kon weten dat eiser Dublinclaimant was, mede omdat de SIS-II melding die eiser aanvoerde geen Eurodac-onderzoek betrof.
Eiser voerde verder aan dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld door eerst een claimverzoek naar Duitsland te sturen terwijl België de verantwoordelijke lidstaat was. De rechtbank stelde vast dat verweerder op basis van Eurodac-gegevens en de wens van eiser om naar Duitsland terug te keren terecht eerst Duitsland claimde en na afwijzing direct België. Dit was voldoende voortvarend.
Ook stelde eiser dat verweerder onjuiste vragen had gesteld tijdens het gehoor en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank vond dat verweerder breed had geïnventariseerd en de motivering voor de bewaring voldoende was, mede gezien het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.