ECLI:NL:RBDHA:2022:888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring beroep
Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond werd verklaard, beroep ingesteld. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat dit verzoek kennelijk ongegrond is. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd de uitspraak zonder zitting gedaan.
Daarnaast heeft de rechtbank in een gelijktijdige zaak het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier mr. S.C. Spruijt, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.