ECLI:NL:RBDHA:2022:8922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken economische of maatschappelijke binding met Gouda
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Gouda om een urgentieverklaring, waarmee zij voorrang zou krijgen bij toewijzing van een sociale huurwoning. Het college wees dit verzoek af omdat eiseres geen economische of maatschappelijke binding met Gouda kon aantonen. Eiseres woonde in Groningen, had een laag inkomen en geen werk in Gouda, en haar familie en sociale netwerk bevonden zich grotendeels buiten Gouda.
De rechtbank beoordeelde of het college terecht het verzoek afwees en of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende onderbouwing gaf van haar economische binding en dat haar maatschappelijke binding niet voldeed aan de vereisten, omdat zij geen expliciete bijdrage leverde aan de lokale gemeenschap in Gouda.
Verder oordeelde de rechtbank dat het college in redelijkheid kon besluiten de hardheidsclausule niet toe te passen, mede vanwege het belang van een rechtvaardige verdeling van schaarse sociale huurwoningen en het feit dat eiseres niet dakloos was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen urgentieverklaring, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard.