ECLI:NL:RBDHA:2022:8930
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf voor bijwonen bruiloft kleinzoon
Verzoekster heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om de bruiloft van haar kleinzoon in Nederland bij te wonen. Dit verzoek werd door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen wegens twijfels over het doel van het verblijf, de middelen van bestaan en het vestigingsgevaar.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij toch naar Nederland kon reizen. De voorzieningenrechter oordeelde dat toewijzing van een dergelijke voorlopige voorziening een voldongen feit zou betekenen voor de verweerder en daarom alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder terecht twijfelt aan het terugkeervoornemen van verzoekster en dat het belang van het voorkomen van illegale migratie zwaarder weegt dan het belang van verzoekster om de bruiloft bij te wonen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor het verlenen van een visum kort verblijf wordt afgewezen.