ECLI:NL:RBDHA:2022:8931
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning herontwikkeling weidevogelgebied Zoetermeerse Meerpolder
Verzoekers, agrarische ondernemers met percelen nabij de Zoetermeerse Meerpolder, dienden een handhavingsverzoek in tegen werkzaamheden van vergunninghouder die een weidevogel- en waterbergingsgebied wilden realiseren. Het college wees het handhavingsverzoek af en verleende een omgevingsvergunning voor de werkzaamheden.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen. Verzoekers stelden dat de werkzaamheden strijdig zijn met het bestemmingsplan, met name planregel 7.8.4, omdat hun agrarische bedrijfsvoering wordt belemmerd door onder andere faunaschade en stikstofbeperkingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen aannemelijke aantasting is van cultuurhistorische of archeologische waarden en dat de werkzaamheden niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. Ook weegt het belang van vergunninghouder, mede vanwege subsidie en het voorkomen van schadeclaims, zwaarder dan dat van verzoekers. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en kan de vergunning in werking treden na het verstrijken van de bezwaarperiode.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en laat de omgevingsvergunning in werking treden.