ECLI:NL:RBDHA:2022:8998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en zorgvuldigheidsgebrek zonder nadeel
Eiseres, van Angolese nationaliteit, vreesde terugkeer naar Angola vanwege vermeende politiegeweld en moorden op haar pleegzoon en een buurtbewoner. De staatssecretaris wees haar asielaanvraag af vanwege ongeloofwaardigheid van haar verklaringen over haar relatie met F. en de incidenten.
De rechtbank constateerde een zorgvuldigheidsgebrek in de procedure, omdat het FMMU-onderzoek pas na het nader gehoor plaatsvond en het gehoor niet vlekkeloos verliep. Dit gebrek werd echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat zij daardoor in haar belangen was geschaad.
De rechtbank oordeelde dat eiseres tegenstrijdige en vage verklaringen gaf over essentiële aspecten van haar asielmotief en onvoldoende bewijs leverde voor de ernstige gebeurtenissen die zij beschreef. Hierdoor kon het asielrelaas niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan eiseres en wees het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende onderbouwing.