ECLI:NL:RBDHA:2022:9029

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 september 2022
Publicatiedatum
8 september 2022
Zaaknummer
NL22.15317
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Dublin-verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag op grond van Dublin-verordening

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een vergelijkbare zaak op 31 augustus 2022 behandeld. Verzoekster nam telefonisch deel aan de zitting, terwijl haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder fysiek aanwezig waren.

De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in een gerelateerde zaak (NL22.15316) en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15317

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.15316, op 31 augustus 2022 op zitting behandeld te Breda. Verzoekster heeft deelgenomen aan de zitting via een telefonisch verbinding. Fysiek aanwezig waren de gemachtigde van verzoekster, tolk K. Panasjan, en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.15316, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.