ECLI:NL:RBDHA:2022:9032
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onzorgvuldig gehoor en onvoldoende motivering met schadevergoeding
Eiser, een Letse nationaliteit dragende persoon, werd op 17 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag, waarbij tevens een verzoek om schadevergoeding werd gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling onzorgvuldig was afgenomen. Belangrijke vragen over persoonlijke omstandigheden, zoals het bestaan van een partner of kinderen en de mogelijkheid tot toepassing van een lichter middel, werden niet gesteld. Ook werd het recht op rechtsbijstand geschonden doordat niet is nagegaan of eiser een advocaat wenste tijdens het gehoor.
Hierdoor kon eiser zijn zienswijze en persoonlijke belangen onvoldoende naar voren brengen, wat leidde tot een onvoldoende gemotiveerde en daarmee onrechtmatige maatregel van bewaring. De maatregel richtte zich slechts op medische problematiek en het ontbreken van een paspoort, zonder aandacht voor andere relevante omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de bewaring vanaf het moment van opleggen onrechtmatig was. Er werd een schadevergoeding van €1000 toegekend voor 10 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast werden de proceskosten van eiser vastgesteld op €1518 en aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onzorgvuldig gehoor en onvoldoende motivering en kent een schadevergoeding van €1000 toe.